Nieuwe za(k)ken

Elk jaar oktober houdt het Centre for Wireless Technology van de TU Eindhoven een seminar waar de nieuwste ideeën op het gebied van radio technologie de revue passeren. Sinds kort is een oud-collega directeur van dit CWTe. Voor mij twee redenen om eens een kijkje te nemen. De dag bood een afwisselend programma met deels duizelingwekkende nieuwe mogelijkheden van Tbps communicatie, van communicatie via plastic golfgeleiders, van IoT en 5G.

Maar wat is nieuw? Bij de introductie van de toepassingen van IoT werd meer dan eens de vraag gesteld of dit alles eigenlijk oude wijn in nieuwe zakken is. Tot op zekere hoogte terecht. Veel IoT gaat over het monitoren van “dingen”, en dat doen we al jaren massaal. Een gemiddelde fabriek telt duizenden sensoren en actuatoren, en de Boeing 747-400 vliegt sinds 1989 met 1200 sensoren door de lucht.

Maar wat maakt IoT nieuw? In veel gevallen lijkt IoT synoniem aan de communicatie technologie, zoals LoRa, NB-IoT of Sigfox. Het is de basis, de enabler, niet de essentie. Met IoT hebben we het over “smart”: “smart home”, “smart city”, “smart industry”, … Maar sensoren en meetdata zijn nog slechts domme dingen. Deze data is op zich nog niets, het gaat om de proces stappen daarna.

Met actuatoren en het juiste algoritme wordt meetdata een (nog ouderwets) monitoring & control systeem. Een geautomatiseerde actie=reactie, die fouten uit het verleden netjes blijft herhalen. Het leert niet van het verleden. Leren kan alleen met inzicht, en met IoT is dat een vorm van kunstmatige intelligentie. En het wordt pas echt “smart” als het systeem autonoom acties uit kan voeren die niet van te voren in detail uitgeprogrammeerd zijn. Daar zijn we nog heel ver van verwijderd.

IoT communicatie technologie koppelt domme apparaten. IoT wordt pas slim als het in een systeem werkt dat gevoed wordt met andere informatie, kennis en randvoorwaarden, en kan redeneren over wat het ziet.

Daarom zijn er naast de nieuwe technische zaken nog een flink aantal andere aspecten van belang voor IoT. Smart draait om het systeem. De business modellen draaien niet meer om de “domme” hardware, de waarde zit in het systeem. De autonomie van de techniek is ook een ethisch vraagstuk, de verhouding tussen mens en machine, privacy. En de macht van bedrijven en overheden op de mensen. De onbekendheid van nieuwe zaken kan ons tegen houden, maar laten we ons dat gebeuren?

IoT staat nog duidelijk aan het begin van een enorme ontwikkeling. Er is veel buzz terwijl de praktijk op dit moment nog weinig het niveau van “nieuwe zakken” ontstijgt. Maar alleen met deze start, en met het lef de vervolgstappen op het gebied van techniek, ethiek, verdienmodellen, en wat er niet meer is, met vallen en opstaan te zetten, worden het ook echt “nieuwe zaken”. Alleen dan wordt IoT echt slim.

De eerste stap omhoog

Deze zomer hebben we de drukte op de WiFi banden mogen meten. Dit is een project voor Agentschap Telecom. Een kleine drie jaar geleden hebben we exact dezelfde metingen op exact dezelfde plaatsen gedaan, waardoor er een mooie vergelijking gemaakt kan worden tussen toen en nu.

Met exact bedoel ik overigens ook exact. We hebben niet alleen dezelfde apparatuur en meetprotocollen gebruikt, we hebben op exact dezelfde locaties gemeten, en de herhaling ging zelfs zover dat we dezelfde huurauto hebben gebruikt, hoewel we er vanuit gaan dat die geen effect op de resultaten heeft gehad.

Een deel van onze vorige metingen gaven een nogal voorspelbaar beeld. Zo was het op plekken waar meer mensen dicht op elkaar zitten ook drukker op de 2.4 GHz band. En op de 5 GHz band is er vooralsnog ruimte zat. Niet erg verrassend, maar goed om vast te stellen.

Iets wat ons destijds wel wat verraste was de drukte veroorzaakt door de beacons die de WiFi access points uitsturen. Het beacon is niets anders dan een broadcast om de aanwezigheid en de capabilities van het access point te melden. Eigenlijk is dit een kleine achtergrond activiteit, maar in de metingen was dit de overgrote meerderheid van de activiteit op de band.

Dat dit zo’n grote plek innam was daarbij het directe gevolg van de ondersteuning van de oude 802.11b standaard. Als laptop of smartphone gebruiker vind je het meestal ook niet prettig als je terugvalt naar deze versie, vanwege de lage snelheid. Je wilt liever 11n of 11ac of desnoods 11g. Alleen sommige domotica apparatuur kan alleen 11b. Maar als het beacon op 11g staat bespaar je ten minste een factor 6 in de last van de beacons. Ons advies was daarom simpel, probeer 802.11b waar mogelijk uit te zetten.

Bij de metingen die wij deze zomer uitgevoerd hebben zagen we op dit punt een heel interessante ontwikkeling. Er heeft zeker een verandering plaatsgevonden waarbij 802.11b vaker uit staat, waardoor het duidelijk minder druk geworden is. Wellicht is er naar ons geluisterd.

Maar met deze ontwikkeling zijn we verder na gaan denken of er na deze eerste stap nog meer winst rond beacons te halen valt. En we denken van wel. Beacons worden standaard elke 100 ms uitgestuurd. Eerlijk gezegd lijkt het ons veel te vaak voor de meerderheid van de toepassingen. Stel dat dit standaard naar 200 ms gaat, dan halveer je de beacon load, waarbij we denken dat de gebruiker er niets van merkt.

De komende weken gaan we de metingen nog verder analyseren en doorgronden. Wellicht volgt uit die exercitie nog meer van deze basale aanpassingen die voor heel veel mensen een groot effect kunnen hebben.

Find your Rhythm

Afgelopen maand startte de introductie op de Nederlandse universiteiten. Zo ook bij de Universiteit Twente in Enschede. Hier heet dat festijn de “Kick-in”. Dit jaar gaat onze jongste zoon studeren aan de UT, en daarmee is het waarschijnlijk de laatste keer dat ik er met meer dan gewone belangstelling naar kijk. Het thema van dit jaar is “Find your rhythm”, een mooi slogan, als je als vers bakken student moet proberen het nieuwe ritme van de toch intensieve studie op te pakken.

Niet alleen de start aan de universiteit, maar ook de opkomst van IoT vraagt om het oppakken van een nieuw ritme. Dat ritme ligt veel minder vast dan voor zo’n studie. Het ritme van de introductie van IoT is vooral het resultaat van de vraag hoe het gebruikt gaat worden. De belofte is dat IoT overal effectief toegepast kan worden. En ik ben er van overtuigd dat dat ook waar is. Maar wel met als vragen, hoe, en wanneer?

Momenteel zoek ik de beste oplossing voor het internationaal kunnen zenden en ontvangen van kleine sensor berichten, met de bijbehorende locatie. Feitelijk is dat de uitgelezen use case waar alle LPWA aanbieders, zoals LoRa, Sigfox en NB-IoT, van zeggen dat zij de beste oplossing hebben. Dus aan mij de keuze.

Mijn eisen zijn eigenlijk ook heel simpel. Ik wil een oplossing die overal werkt in noordwest Europa. Naast Nederland vooral Duitsland en België, maar op de iets langere termijn ook Frankrijk, Engeland, Denemarken, etc. Een beetje een olievlek. Verder natuurlijk heel lang op een batterij, af en toe een berichtje twee kanten op, en goedkoop.

Maar nu loop ik vast. LoRa heeft in Nederland landelijke dekking, en er komt internationale roaming, maar in Duitsland is de dekking beperkt tot een aantal steden. Voor Sigfox is de dekking internationaal beter, maar het blijft een uplink only techniek, terwijl ik twee kanten op wil communiceren. En dan NB-IoT. Op termijn lijkt deze de beste papieren te hebben, maar dat is op termijn. Bovendien zijn er nog wat zorgen rond de energiezuinigheid.

En dan is er nog voor al deze technieken een erg beperkt assortiment aan off-the-shelf producten. Ik moet dus nog steeds aan de slag, en bij kleinere aantallen wordt de oplossing nog steeds erg duur.

Ik ben er nog niet uit wat het voor mij gaat worden. Tegelijk weet ik wel dat de keuze nu nog niets zegt over wat het op termijn gaat worden. Want de komende paar jaar moet IoT nog groeien, en gaan de diverse technieken hun eigen ritme vinden. Dat geldt overigens niet alleen voor deze LPWA technieken, maar ook voor al die ander IoT oplossingen die nu het licht beginnen te zien.

Dit seizoen ga ik mijn ritme vinden, met een kick-in op IoT formaat.

Colletjes van de hoogste categorie

De zomer is de tijd van de grote wielerwedstrijden. De Giro d’Italia, Tour de France en Vuelta, ieder met hun eigen uitdagingen. Tijdritten, achtervolgingen, maar het echte verschil wordt gemaakt in de bergetappes. Op het vlakken stuk kun je bij het peloton blijven, maar in de bergen wordt het ieder voor zich.

Om de grote van de uitdaging een naam te geven worden de colletjes in categorieën ingedeeld. Hoe lager de categorie, hoe lastiger de weg omhoog is. Hier moest ik wat aan denken toen ik afgelopen week weer eens met de verschillen in categorieën in LTE bezig was.

3GPP heeft de maximale doorvoersnelheid van LTE radio’s gecategoriseerd. Op hoofdlijnen geldt bij LTE dat hoe hoger de categorie is, hoe groter de maximale doorvoersnelheid. Eén effect van een hogere doorvoersnelheid is dan het makkelijker is om je data tussen netwerk en mobiel te versturen. Dus eigenlijk net als bij het wielrennen wordt het makkelijker met een toenemende categorie.

In veiligheids- en beveiligingstoepassingen is de uplink de grote uitdaging. Het draait om de informatie uit het veld naar centraal te krijgen. Zeker streaming video van het plaats delict of plaats incident vraagt bandbreedte in die uplink, in die weg omhoog.

Als je dan de LTE categorieën bekijkt, blijkt het een tegenvaller hoeveel de uplink in zicht is. Populaire LTE categorieën zijn 3, 4, 6, 9 en 11. Met de oplopende categorie groeit de downlink van 100 naar 600 Mbps. Maar al deze categorieën hebben in de uplink dezelfde 50 Mbps. De groei zit in de downlink, heuvel af eigenlijk, en de uplink is een beetje verwaarloosd. Voor de massa, de standaard consument met zijn smartphone is deze boost van de downlink een prima verbetering. Dus dat daar de focus ligt is een logische keus.

Terug naar de beveiligingstoepassing. We gaan een nieuwe LTE radio integreren. We hebben er nu een met 50 Mbps in de uplink. Het liefst zou ik er een willen kiezen met een dikkere uplink. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Maar voor embedded systemen is de keuze erg klein, met altijd diezelfde 50 Mbps in de uplink, het kan dus niet, gewoon omdat ze niet gemaakt worden. Nu nog niet in elk geval.

Nu is 50 Mbps in de uplink voor de meeste toepassingen genoeg bandbreedte, waarmee we uitstekend uit de voeten kunnen. De hogere bandbreedte zal alleen wel de kwaliteit ten goede komen, zowel in responstijd, als in de scherpte van het beeld. Dus waarom jezelf beperken als dat niet hoeft? Ik zou best een hulpmotortje willen hebben om die col van de 1e categorie op te fietsen.

Geklokte standaard

20:27 uur: Ik start met schrijven.

Afgelopen zaterdag was ik vroeg wakker. Rond 6:45 uur luisterde ik naar Radio 1 van de NPO. Rond die tijd is er altijd een dichter die naar aanleiding van de actualiteit een gedicht schrijft. Afgelopen zaterdag was dit Maarten van der Graaf. En hij introduceerde een term die ik niet kende, het “geklokte gedicht”. Bij zo’n gedicht schrijf je het tijdstip op dat je begint met schrijven. Vervolgens schrijf je het gedicht aan één stuk door, totdat het klaar is, of als je naar de wc moet.

Ik kende deze manier niet, maar ik vind het wel fascinerend. Het gedicht wordt onder een duidelijke tijdsdruk geproduceerd. Die tijdsdruk resulteert in focus. De essentie komt op papier. Omdat de tijd kort is, is het feitelijk één enkelvoudige gedachte.

Toen ik hoorde over het geklokte gedicht moest ik ook sterk denken aan hoe er naar standaarden gewerkt wordt. Het tijdsbestek is wel groter dan voor zo’n gedicht, maar toch. Wanneer was ook al weer 4G klaar? O ja, dat was in 2010, en 3G, dat was 2000, en 2G, dat was 1990. Dus 2020 en 5G horen bij elkaar.

De datum (de tijd) ligt vast. Maar hoe zit het met de inhoud? Die komt ook onder tijdsdruk tot stand, als je wilt “geklokt”. En 5G betreft meerdere thema’s, maar IoT staat wel zo extreem boven aan het lijstje dat het ook een “enkelvoudige gedachte” is.

Dat is omdat de belofte van IoT zo groots is, met een ongekende impact op technologie en samenleving. Een Internet of Everthing, met niet alleen verbonden apparaten en objecten, maar ook processen die volledig over de kop gaan. Nog los van de economische impact.

Maar wordt in deze snelkookpan het juiste recept bereid? Past de oplossing goed bij de applicatie? Dat weten we pas als de toepassing reëel wordt. En daar is nog wat geduld voor nodig.

Hoewel er op dit moment al duidelijke use cases zijn die op een echte behoefte inspelen zie ik er nog te veel die erg gekunsteld zijn. We zitten nog in het tijdperk van het experimenteren met IoT. Die experimenten zullen aantonen wat nodig is voor een goede IoT oplossing.

Past de 5G oplossing van 3GPP naadloos op de IoT vraag? Of is LoRa of BLE, of wellicht WiFi de dominante IoT technologie van het komende decennium? De klok tikt voor IoT, en wil een technologie daarin zijn plek veroveren, dan moet het er ook snel zijn, maar welke op termijn de winnaar is, dat heeft nog zijn tijd nodig.

21:50 uur: Einde column

Het schaap met de vijf poten

In Nederland is 4G intussen wel een feit. We hebben vier operators die allemaal landelijke of bijna landelijke 4G dekking bieden. En de ervaring van gebruikers is erg positief over zowel snelheid als dekking.

Buiten Nederland is de dekking vaak een heel stuk beperkter. Daarvoor hoef je helemaal niet zo ver. Ga maar naar Frankrijk, Zweden of Schotland, en het is heel eenvoudig plekken te vinden waar geen 4G dekking is. En zelfs voldoende plekken zonder 3G dekking.

Met 4G in de pocket is nu de 5G buzz niet van de lucht. Iedereen is er mee bezig. De race om 5G wordt gewonnen op de olympische winterspelen in Pyeongchang in Zuid Korea. De Zuid Koreaanse operator KT belooft de bezoekers hun eerste 5G ervaring.

In Japan zeggen ze dat dit nog niet echt 5G is. De standaard is nog volop in ontwikkeling, dus is het op z’n best een prototype. In 2020 is de 5G standaard klaar, dus klinkt het startschot op de olympische zomerspelen in Tokyo in dat jaar.

Maar wat is 5G? Het is “Enhanced Mobile Broadband”, met een snelheid door de lucht van 10-20 Gbps. Dat komt er op neer dat je een speelfilm van 2 uur in HD kwaliteit binnen enkele seconden kunt downloaden. Het is ook “Low Latency” zodat zelfrijdende auto’s supersnel onderling hun blik op de weg afstemmen. En het is “Massive IoT”, met sensoren van een paar euro, en een batterij levensduur van 15 jaar.

Dus nogmaals, wat is 5G? 5G is een veelkoppig monster, de doos van pandora, het schaap met de vijf poten. Wat vriendelijker, het is een paraplu standaard met een rijke verzameling opties voor vrijwel elke vorm van telecommunicatie.

Het is daarmee ook een poging van de industrie om de greep op telecom nog verder te versterken. Omdat 5G “alles kan” hebben we verder niets anders nodig. Dus geen WiFi, geen LoRa, geen TETRA, geen … Maar gaan we dat ook doen? 5G kan straks heel veel, maar is het ook altijd de beste oplossing? De beste oplossing in prijs-prestatie, de beste oplossing wat betreft complexiteit, of de beste oplossing in onafhankelijkheid?

De komst van 5G gaat opnieuw veel nieuwe dingen mogelijk maken, maar het is geen “one size fits all”, en ontslaat ons niet van het goed afwegen van de juiste keuze. En bovendien, met de huidige set aan mogelijkheden kunnen we al zo veel, en 5G is in veel gevallen alleen de stap naar sneller en meer, of zelfs te veel. Dus focus niet te veel op 5G, maar pak de uitdagingen op met wat we nu al ter beschikking hebben.

Inductie betekent meer dan je denkt

Vorige week was ik op een congres special gericht op automatische identificatie. Automatische ID is eigenlijk een heel breed thema. Het is zo breed toepasbaar, dat je eigenlijk niet weet waar je zult beginnen. Identificatie is de start van vrijwel elk proces. Voor je over het iets een uitspraak kunt doen, moet je weten wat dat iets is, en er een naampje aan geven. En zodra je hieraan wilt gaan automatiseren zul je ook op de een of andere manier de identificatie moeten automatiseren. Dit AutoID evenement was gericht op de industriële toepassingen.

Tijdens dit evenement stond RFID veelvuldig in de belangstelling. Het is uiteraard niet de enige beschikbare technologie, maar wel snel, goedkoop en breed inzetbaar. Hoewel RFID voor mij eigenlijk al een oude vertrouwde is in het spectrum van mogelijkheden was ik opnieuw onder de indruk van wat deze toch vrij eenvoudige techniek een enorme kracht heeft, maar ook hoe weinig het nog maar gebruikt wordt.

RFID is gebaseerd op inductie, net als een draadloze oplader en de kookplaat. Een elektromagnetisch veld dat de energie overbrengt. Geen stekker, geen batterij, en toch kun je tot op meters afstand de radio zijn werk laten doen. En dat allemaal doordat een elektromagnetisch veld de RFID tag eerst oplaadt, waarna de tag z’n informatie terug kan sturen.

Grappig hierbij is dat de term inductie betekenissen heeft zoals “door redenering afleiden”, “teweegbrengen” en “overreden”. Bij RFID zijn al deze drie de begrippen zeker van toepassing. Je kunt het toepassen op de techniek van RFID zelf, en zelfs nog meer op de informatie uit RFID.

RFID is in de basis maar een klein beetje informatie. Een standaard kaart bevat niet meer dan een paar Bytes aan informatie. Een paar getallen, een streepjes code. Daar kun je natuurlijk interessante informatie inzetten, maar beter is het combineren met andere informatie bronnen.

Want het identificeren wie of wat er is, is één, maar wat is er aan de hand? En dan staat “door redenering afleiden” centraal. Als ik een persoon op een video camera zie, en ik zie een RFID die bij een persoon hoort en een RFID van een apparaat, dan kun je concluderen dat deze persoon dit apparaat mee heeft genomen. Maar wat weet je als je de agenda van de persoon er aan koppelt, of de aanwezigheid van nog andere personen, of de voorraad van iets, of …

Dan kun je van alles teweegbrengen. O, ja, de andere betekenis van inductie. Je kun er ineens voor zorgen dat voorraden kloppen, of dat je weet waar je materieel is, dat de inhoud van een serviceauto alle gereedschappen ook echt aan boord heeft. Kortom, het proces ondersteunen, en al dat vervelende administratieve handwerk vereenvoudigen.

En dan komt het aan op de laatste betekenis van inductie: “overreden”. De techniek is er klaar voor, maar met name grotere organisatie hebben helaas nog heel veel overredingskracht nodig om deze techniek te omarmen.

Keuzestress

Het aantal politieke partijen dat aan de tweede kamer verkiezingen meedoet is nog nooit zo groot geweest als dit jaar. In totaal maar liefst 28 partijen.Het aantal zwevende kiezers is daarom ook ongekend hoog. Eerlijk gezegd zit ik ook nog te twijfelen.

Een groot aantal partijen maakt het kiezen meestal niet eenvoudiger. En die keuzestress is herkenbaar uit mijn dagelijks leven. Als het gaat om Low Power – Wide Area technologieën gaat het niet om een keuze uit 28, maar de alternatieven zijn nog steeds talrijk. SIgfox, LoRa en NB-IoT zijn de bekende alternatieven in Nederland, maar wie over de grens kijkt ziet ook nog opties als Weightless en Ingenu, maar laten we ons beperken tot Nederland.
Met zo’n lijstje rijst de vraag wat er precies te kiezen valt. Wat is het verschil, en maakt dat wat uit? Om te kunnen kiezen moeten we de verschillen èn overeenkomsten kennen.

Allereerst de overeenkomsten. Die zijn ingegeven door een gemeenschappelijk doel: met weinig vermogen een grote afstand overbruggen, en bovendien tegen lage kosten.

Lage kosten en weinig vermogen vragen allebei om eenvoudige radio’s. Weinig signaal processing, een niet al te lineaire versterker en een modulatie techniek die minder gevoelig is voor frequentie offset. Deze karakteristieken hebben ze allen en zorgen voor een single chip radio die voor een paar euro te maken is.

Maar dan de verschillen, en die zijn er degelijk. Allereerst het aantal Bytes in een bericht. NB-IoT heeft wat grotere berichten dan LoRa, en deze weer wat groter dan Sigfox. Wat is er nodig voor de applicatie? Een paar Byte, dan is Sigfox logischer, maar is het wat meer, dan kom je op LoRa of NB-IoT.

Een tweede is up- en downlink. Sigfox is een echte uplink techniek, terwijl NB-IoT tweeweg georiënteerd is met LoRa als tussenweg. Tweeweg is soms van belang, maar heeft een prijs in batterijverbruik.

Daarnaast de vraag naar een eigen of operator netwerk. LoRa is een open standaard in een vrije band. Als ik wil kan ik zelf op een willekeurige plaats mijn eigen LoRa netwerk aanleggen. Dan kan niet met NB-IoT als integraal onderdeel van het operator netwerk, en ook niet met Sigfox, want daarop heeft Sigfox alleenrecht.

Daarbij zitten LoRa en Sigfox in de vrije 868 MHz band, terwijl NB-IoT in operator spectrum zit. Een vrije band betekent delen met andere gebruikers. Dus als het gaat om zekerheid over communicatie staat NB-IoT weer wat sterker.
En tot slot, wie zitten achter de technologie, welke industriële steun is er? Sigfox is erg sterk gekoppeld aan één partij, LoRa heeft een aanzienlijke alliantie met een aantal interessante partijen, maar NB-IoT heeft de grote telecom industrieën achter zich. Als het gaat om toekomstvast in NB-IoT dat zeker, en zijn Sigfox en LoRa wellicht tijdelijker van aard. De toekomst zal dat leren.

Om de keuze goed te kunnen maken zijn er dus verschillende vragen te beantwoorden, gekoppeld aan de uitdagingen van de applicatie. De keuze is aan ons.

Scherp zicht

Enige tijd geleden werd ik benaderd door de NTR om mee te werken in het programma “Het Klokhuis”. Ze waren een aflevering aan het voorbereiden over de mobiele telefoon. Of ik kon zorgen voor een stuk visualisatie van hoe radiostralen zich verplaatsen tussen mobiel en mast? Ik heb voor de eer bedankt omdat zo’n visualisatie ver buiten de scope van normale werk ligt.

Maar dit gesprek leerde me wel hoe groot misverstanden zijn over radio technologie. De redactiemedewerker ging er vanuit dat het signaal tussen mast en mobiel een scherpe strakke lijn volgt. Een super dun bundeltje, en daarbuiten geen enkel signaal. Hooguit een elastisch draadje omdat radio om een gebouw heen kan buigen.

Deze verbeelding was ingegeven door lasershows. Zichtbaar licht is ten slotte ook een elektromagnetische golf. En als je naar zo’n laser straal kijkt, dan gedraagt die zich rechtlijnig, met soms een reflectie op spiegels. De vergelijking tussen radio en zichtbaar licht is best oké, maar in elk geval één belangrijk verschil is over het hoofd gezien. Het extreme verschil in golflengte, van nanometers in plaats van centimeters. Het zorgt voor een wereld van verschil als je het gaat toepassen, en radio geen lasershow oplevert.

Dezelfde verwarring kwam ik vorige week opnieuw tegen. We bouwen een systeem met zowel video als RFID. Wat je ziet op beeld wil je ook zien met RFID en omgekeerd. In de simpele redenering zou je het zichtvlak van camera en RFID op elkaar af kunnen stemmen door een antenne te kiezen met de juiste openingshoek.

Een mooi ideaal, maar verre van reëel. Want de blik van de camera is veel scherper dan die van RFID. En dit is een direct gevolg van het grote verschil in golflengte tussen zichtbaar licht en radio. Zichtbaar licht heeft een golflengte van rond 500 nm, en RFID zit op 35 cm. Dat is een miljoen keer zo groot. Eén van de effecten hiervan is dat het grensgebied tussen in en buiten de bundel ook een miljoen keer zo groot is. Een miljoen keer zo slechte resolutie dus.

RFID heeft dus van nature een veel minder scherpe blik op waar iets is dan zichtbaar licht. Maar de blik van RFID is op een heel andere manier scherp. Je kunt er perfect iets of iemand mee identificeren. En daarmee heeft RFID een veel scherpere dan zichtbaar licht. Want iets identificeren aan de hand van hoe het eruit ziet blijkt vaak nog best lastig. Een exacte ID, bruikbaar in tal van applicaties.

Om de scherpe blik te vinden voor de applicatie vraagt een goede bril voor de juiste technologie.

Smart Data in plaats van Big Data

Hoeveel data heb je nodig voor “Big Data”? Het klinkt als een logische vraag. Big Data gaat er vanuit dat juist de veelheid van data interessante informatie oplevert. En dat is een aantal gevallen ook zeker waar. Statistische informatie over ons koopgedrag legt correlaties waar marketeers van smullen. Maar ook een grootschalig onderzoek als “Life Lines” is gebaseerd op Big Data. Dit is een onderzoek waarbij een heel grote groep mensen uit Noord Nederland over een periode van 30 jaar medisch wordt gevolgd om zo allerlei ziekte en verouderingsprocessen te kunnen ontdekken.

Wanneer je verhalen over Big Data leest lijkt het ultieme doel te zitten in de hoeveelheid data. Zelfs in zo’n medisch wetenschappelijk project als Life Lines wordt daar veel nadruk op gelegd. Meer is beter. Wie heeft de meeste Tera, Peta, of zelfs ExaBytes in hun data center, lijkt een doel op zich. Maar wellicht een middel dat soms zijn doel voorbij schiet.

Big data is een aanpak waarbij je op zoek gaat naar het onverwachte, het onbekende. Ultiem laat het je in je blinde vlek zoeken. Zoeken naar datgene waarvan je niet weet dat je het niet weet. Soms handig, maar vaak weet je wel degelijk waar je naar op zoek bent. Je wil bijvoorbeeld gewoon weten waar iets de afgelopen 24 uur is geweest. Als er veel data van locaties is wordt er toch vaak aan gerefereerd als Big Data. Daarbij wordt dan bedacht dat als die informatie over bijvoorbeeld de positie in die berg met data zit, je met een “simpel big data algoritme” die er zo uit krijgt.

Helaas. Dan heb je dit flink fout begrepen. Big data algoritmes kunnen patronen vinden in grote hoeveelheden data. Maar het is een statische benadering. Over locaties kun je bijvoorbeeld ontdekken via welke route de meeste mensen zich van A naar B bewegen. Maar als ik wil weten hoe een specifiek iemand van A naar B is gegaan helpen de algoritmen je weinig. Als die data er is, is het dan een simpele “ouderwetse” zoekopdracht.

Met big data ben je eigenlijk een hooiberg aan het doorzoeken, met als opdracht naar “iets dat langwerpig, klein en van metaal is”. En als het om specifieke informatie gaat waarvan ik heel veel details hebt, komt het in deze metafoor er op neer dat je de speld nota bene zelf in de hooiberg hebt gestopt, en weet waar die ligt.

Ik wil daarom veel meer pleiten voor Smart Data. Het gaat niet om zo veel mogelijk data, maar om de juiste informatie. Met voorkennis over waar je naar op zoek ben, al dan niet in combinatie met slimme of zelflerende algoritmen, heb je maar een fractie van de data nodig om tot het goede resultaat te komen. Gericht data verzamelen om gericht tot het antwoord te komen. En dat komt niet alleen de hoeveel benodigde opslag capaciteit ten goede, maar ook transparantie en de betrouwbaarheid van de geleverde informatie.