Geklokte standaard

20:27 uur: Ik start met schrijven.

Afgelopen zaterdag was ik vroeg wakker. Rond 6:45 uur luisterde ik naar Radio 1 van de NPO. Rond die tijd is er altijd een dichter die naar aanleiding van de actualiteit een gedicht schrijft. Afgelopen zaterdag was dit Maarten van der Graaf. En hij introduceerde een term die ik niet kende, het “geklokte gedicht”. Bij zo’n gedicht schrijf je het tijdstip op dat je begint met schrijven. Vervolgens schrijf je het gedicht aan één stuk door, totdat het klaar is, of als je naar de wc moet.

Ik kende deze manier niet, maar ik vind het wel fascinerend. Het gedicht wordt onder een duidelijke tijdsdruk geproduceerd. Die tijdsdruk resulteert in focus. De essentie komt op papier. Omdat de tijd kort is, is het feitelijk één enkelvoudige gedachte.

Toen ik hoorde over het geklokte gedicht moest ik ook sterk denken aan hoe er naar standaarden gewerkt wordt. Het tijdsbestek is wel groter dan voor zo’n gedicht, maar toch. Wanneer was ook al weer 4G klaar? O ja, dat was in 2010, en 3G, dat was 2000, en 2G, dat was 1990. Dus 2020 en 5G horen bij elkaar.

De datum (de tijd) ligt vast. Maar hoe zit het met de inhoud? Die komt ook onder tijdsdruk tot stand, als je wilt “geklokt”. En 5G betreft meerdere thema’s, maar IoT staat wel zo extreem boven aan het lijstje dat het ook een “enkelvoudige gedachte” is.

Dat is omdat de belofte van IoT zo groots is, met een ongekende impact op technologie en samenleving. Een Internet of Everthing, met niet alleen verbonden apparaten en objecten, maar ook processen die volledig over de kop gaan. Nog los van de economische impact.

Maar wordt in deze snelkookpan het juiste recept bereid? Past de oplossing goed bij de applicatie? Dat weten we pas als de toepassing reëel wordt. En daar is nog wat geduld voor nodig.

Hoewel er op dit moment al duidelijke use cases zijn die op een echte behoefte inspelen zie ik er nog te veel die erg gekunsteld zijn. We zitten nog in het tijdperk van het experimenteren met IoT. Die experimenten zullen aantonen wat nodig is voor een goede IoT oplossing.

Past de 5G oplossing van 3GPP naadloos op de IoT vraag? Of is LoRa of BLE, of wellicht WiFi de dominante IoT technologie van het komende decennium? De klok tikt voor IoT, en wil een technologie daarin zijn plek veroveren, dan moet het er ook snel zijn, maar welke op termijn de winnaar is, dat heeft nog zijn tijd nodig.

21:50 uur: Einde column

Het schaap met de vijf poten

In Nederland is 4G intussen wel een feit. We hebben vier operators die allemaal landelijke of bijna landelijke 4G dekking bieden. En de ervaring van gebruikers is erg positief over zowel snelheid als dekking.

Buiten Nederland is de dekking vaak een heel stuk beperkter. Daarvoor hoef je helemaal niet zo ver. Ga maar naar Frankrijk, Zweden of Schotland, en het is heel eenvoudig plekken te vinden waar geen 4G dekking is. En zelfs voldoende plekken zonder 3G dekking.

Met 4G in de pocket is nu de 5G buzz niet van de lucht. Iedereen is er mee bezig. De race om 5G wordt gewonnen op de olympische winterspelen in Pyeongchang in Zuid Korea. De Zuid Koreaanse operator KT belooft de bezoekers hun eerste 5G ervaring.

In Japan zeggen ze dat dit nog niet echt 5G is. De standaard is nog volop in ontwikkeling, dus is het op z’n best een prototype. In 2020 is de 5G standaard klaar, dus klinkt het startschot op de olympische zomerspelen in Tokyo in dat jaar.

Maar wat is 5G? Het is “Enhanced Mobile Broadband”, met een snelheid door de lucht van 10-20 Gbps. Dat komt er op neer dat je een speelfilm van 2 uur in HD kwaliteit binnen enkele seconden kunt downloaden. Het is ook “Low Latency” zodat zelfrijdende auto’s supersnel onderling hun blik op de weg afstemmen. En het is “Massive IoT”, met sensoren van een paar euro, en een batterij levensduur van 15 jaar.

Dus nogmaals, wat is 5G? 5G is een veelkoppig monster, de doos van pandora, het schaap met de vijf poten. Wat vriendelijker, het is een paraplu standaard met een rijke verzameling opties voor vrijwel elke vorm van telecommunicatie.

Het is daarmee ook een poging van de industrie om de greep op telecom nog verder te versterken. Omdat 5G “alles kan” hebben we verder niets anders nodig. Dus geen WiFi, geen LoRa, geen TETRA, geen … Maar gaan we dat ook doen? 5G kan straks heel veel, maar is het ook altijd de beste oplossing? De beste oplossing in prijs-prestatie, de beste oplossing wat betreft complexiteit, of de beste oplossing in onafhankelijkheid?

De komst van 5G gaat opnieuw veel nieuwe dingen mogelijk maken, maar het is geen “one size fits all”, en ontslaat ons niet van het goed afwegen van de juiste keuze. En bovendien, met de huidige set aan mogelijkheden kunnen we al zo veel, en 5G is in veel gevallen alleen de stap naar sneller en meer, of zelfs te veel. Dus focus niet te veel op 5G, maar pak de uitdagingen op met wat we nu al ter beschikking hebben.

Inductie betekent meer dan je denkt

Vorige week was ik op een congres special gericht op automatische identificatie. Automatische ID is eigenlijk een heel breed thema. Het is zo breed toepasbaar, dat je eigenlijk niet weet waar je zult beginnen. Identificatie is de start van vrijwel elk proces. Voor je over het iets een uitspraak kunt doen, moet je weten wat dat iets is, en er een naampje aan geven. En zodra je hieraan wilt gaan automatiseren zul je ook op de een of andere manier de identificatie moeten automatiseren. Dit AutoID evenement was gericht op de industriële toepassingen.

Tijdens dit evenement stond RFID veelvuldig in de belangstelling. Het is uiteraard niet de enige beschikbare technologie, maar wel snel, goedkoop en breed inzetbaar. Hoewel RFID voor mij eigenlijk al een oude vertrouwde is in het spectrum van mogelijkheden was ik opnieuw onder de indruk van wat deze toch vrij eenvoudige techniek een enorme kracht heeft, maar ook hoe weinig het nog maar gebruikt wordt.

RFID is gebaseerd op inductie, net als een draadloze oplader en de kookplaat. Een elektromagnetisch veld dat de energie overbrengt. Geen stekker, geen batterij, en toch kun je tot op meters afstand de radio zijn werk laten doen. En dat allemaal doordat een elektromagnetisch veld de RFID tag eerst oplaadt, waarna de tag z’n informatie terug kan sturen.

Grappig hierbij is dat de term inductie betekenissen heeft zoals “door redenering afleiden”, “teweegbrengen” en “overreden”. Bij RFID zijn al deze drie de begrippen zeker van toepassing. Je kunt het toepassen op de techniek van RFID zelf, en zelfs nog meer op de informatie uit RFID.

RFID is in de basis maar een klein beetje informatie. Een standaard kaart bevat niet meer dan een paar Bytes aan informatie. Een paar getallen, een streepjes code. Daar kun je natuurlijk interessante informatie inzetten, maar beter is het combineren met andere informatie bronnen.

Want het identificeren wie of wat er is, is één, maar wat is er aan de hand? En dan staat “door redenering afleiden” centraal. Als ik een persoon op een video camera zie, en ik zie een RFID die bij een persoon hoort en een RFID van een apparaat, dan kun je concluderen dat deze persoon dit apparaat mee heeft genomen. Maar wat weet je als je de agenda van de persoon er aan koppelt, of de aanwezigheid van nog andere personen, of de voorraad van iets, of …

Dan kun je van alles teweegbrengen. O, ja, de andere betekenis van inductie. Je kun er ineens voor zorgen dat voorraden kloppen, of dat je weet waar je materieel is, dat de inhoud van een serviceauto alle gereedschappen ook echt aan boord heeft. Kortom, het proces ondersteunen, en al dat vervelende administratieve handwerk vereenvoudigen.

En dan komt het aan op de laatste betekenis van inductie: “overreden”. De techniek is er klaar voor, maar met name grotere organisatie hebben helaas nog heel veel overredingskracht nodig om deze techniek te omarmen.

Keuzestress

Het aantal politieke partijen dat aan de tweede kamer verkiezingen meedoet is nog nooit zo groot geweest als dit jaar. In totaal maar liefst 28 partijen.Het aantal zwevende kiezers is daarom ook ongekend hoog. Eerlijk gezegd zit ik ook nog te twijfelen.

Een groot aantal partijen maakt het kiezen meestal niet eenvoudiger. En die keuzestress is herkenbaar uit mijn dagelijks leven. Als het gaat om Low Power – Wide Area technologieën gaat het niet om een keuze uit 28, maar de alternatieven zijn nog steeds talrijk. SIgfox, LoRa en NB-IoT zijn de bekende alternatieven in Nederland, maar wie over de grens kijkt ziet ook nog opties als Weightless en Ingenu, maar laten we ons beperken tot Nederland.
Met zo’n lijstje rijst de vraag wat er precies te kiezen valt. Wat is het verschil, en maakt dat wat uit? Om te kunnen kiezen moeten we de verschillen èn overeenkomsten kennen.

Allereerst de overeenkomsten. Die zijn ingegeven door een gemeenschappelijk doel: met weinig vermogen een grote afstand overbruggen, en bovendien tegen lage kosten.

Lage kosten en weinig vermogen vragen allebei om eenvoudige radio’s. Weinig signaal processing, een niet al te lineaire versterker en een modulatie techniek die minder gevoelig is voor frequentie offset. Deze karakteristieken hebben ze allen en zorgen voor een single chip radio die voor een paar euro te maken is.

Maar dan de verschillen, en die zijn er degelijk. Allereerst het aantal Bytes in een bericht. NB-IoT heeft wat grotere berichten dan LoRa, en deze weer wat groter dan Sigfox. Wat is er nodig voor de applicatie? Een paar Byte, dan is Sigfox logischer, maar is het wat meer, dan kom je op LoRa of NB-IoT.

Een tweede is up- en downlink. Sigfox is een echte uplink techniek, terwijl NB-IoT tweeweg georiënteerd is met LoRa als tussenweg. Tweeweg is soms van belang, maar heeft een prijs in batterijverbruik.

Daarnaast de vraag naar een eigen of operator netwerk. LoRa is een open standaard in een vrije band. Als ik wil kan ik zelf op een willekeurige plaats mijn eigen LoRa netwerk aanleggen. Dan kan niet met NB-IoT als integraal onderdeel van het operator netwerk, en ook niet met Sigfox, want daarop heeft Sigfox alleenrecht.

Daarbij zitten LoRa en Sigfox in de vrije 868 MHz band, terwijl NB-IoT in operator spectrum zit. Een vrije band betekent delen met andere gebruikers. Dus als het gaat om zekerheid over communicatie staat NB-IoT weer wat sterker.
En tot slot, wie zitten achter de technologie, welke industriële steun is er? Sigfox is erg sterk gekoppeld aan één partij, LoRa heeft een aanzienlijke alliantie met een aantal interessante partijen, maar NB-IoT heeft de grote telecom industrieën achter zich. Als het gaat om toekomstvast in NB-IoT dat zeker, en zijn Sigfox en LoRa wellicht tijdelijker van aard. De toekomst zal dat leren.

Om de keuze goed te kunnen maken zijn er dus verschillende vragen te beantwoorden, gekoppeld aan de uitdagingen van de applicatie. De keuze is aan ons.

Scherp zicht

Enige tijd geleden werd ik benaderd door de NTR om mee te werken in het programma “Het Klokhuis”. Ze waren een aflevering aan het voorbereiden over de mobiele telefoon. Of ik kon zorgen voor een stuk visualisatie van hoe radiostralen zich verplaatsen tussen mobiel en mast? Ik heb voor de eer bedankt omdat zo’n visualisatie ver buiten de scope van normale werk ligt.

Maar dit gesprek leerde me wel hoe groot misverstanden zijn over radio technologie. De redactiemedewerker ging er vanuit dat het signaal tussen mast en mobiel een scherpe strakke lijn volgt. Een super dun bundeltje, en daarbuiten geen enkel signaal. Hooguit een elastisch draadje omdat radio om een gebouw heen kan buigen.

Deze verbeelding was ingegeven door lasershows. Zichtbaar licht is ten slotte ook een elektromagnetische golf. En als je naar zo’n laser straal kijkt, dan gedraagt die zich rechtlijnig, met soms een reflectie op spiegels. De vergelijking tussen radio en zichtbaar licht is best oké, maar in elk geval één belangrijk verschil is over het hoofd gezien. Het extreme verschil in golflengte, van nanometers in plaats van centimeters. Het zorgt voor een wereld van verschil als je het gaat toepassen, en radio geen lasershow oplevert.

Dezelfde verwarring kwam ik vorige week opnieuw tegen. We bouwen een systeem met zowel video als RFID. Wat je ziet op beeld wil je ook zien met RFID en omgekeerd. In de simpele redenering zou je het zichtvlak van camera en RFID op elkaar af kunnen stemmen door een antenne te kiezen met de juiste openingshoek.

Een mooi ideaal, maar verre van reëel. Want de blik van de camera is veel scherper dan die van RFID. En dit is een direct gevolg van het grote verschil in golflengte tussen zichtbaar licht en radio. Zichtbaar licht heeft een golflengte van rond 500 nm, en RFID zit op 35 cm. Dat is een miljoen keer zo groot. Eén van de effecten hiervan is dat het grensgebied tussen in en buiten de bundel ook een miljoen keer zo groot is. Een miljoen keer zo slechte resolutie dus.

RFID heeft dus van nature een veel minder scherpe blik op waar iets is dan zichtbaar licht. Maar de blik van RFID is op een heel andere manier scherp. Je kunt er perfect iets of iemand mee identificeren. En daarmee heeft RFID een veel scherpere dan zichtbaar licht. Want iets identificeren aan de hand van hoe het eruit ziet blijkt vaak nog best lastig. Een exacte ID, bruikbaar in tal van applicaties.

Om de scherpe blik te vinden voor de applicatie vraagt een goede bril voor de juiste technologie.

Smart Data in plaats van Big Data

Hoeveel data heb je nodig voor “Big Data”? Het klinkt als een logische vraag. Big Data gaat er vanuit dat juist de veelheid van data interessante informatie oplevert. En dat is een aantal gevallen ook zeker waar. Statistische informatie over ons koopgedrag legt correlaties waar marketeers van smullen. Maar ook een grootschalig onderzoek als “Life Lines” is gebaseerd op Big Data. Dit is een onderzoek waarbij een heel grote groep mensen uit Noord Nederland over een periode van 30 jaar medisch wordt gevolgd om zo allerlei ziekte en verouderingsprocessen te kunnen ontdekken.

Wanneer je verhalen over Big Data leest lijkt het ultieme doel te zitten in de hoeveelheid data. Zelfs in zo’n medisch wetenschappelijk project als Life Lines wordt daar veel nadruk op gelegd. Meer is beter. Wie heeft de meeste Tera, Peta, of zelfs ExaBytes in hun data center, lijkt een doel op zich. Maar wellicht een middel dat soms zijn doel voorbij schiet.

Big data is een aanpak waarbij je op zoek gaat naar het onverwachte, het onbekende. Ultiem laat het je in je blinde vlek zoeken. Zoeken naar datgene waarvan je niet weet dat je het niet weet. Soms handig, maar vaak weet je wel degelijk waar je naar op zoek bent. Je wil bijvoorbeeld gewoon weten waar iets de afgelopen 24 uur is geweest. Als er veel data van locaties is wordt er toch vaak aan gerefereerd als Big Data. Daarbij wordt dan bedacht dat als die informatie over bijvoorbeeld de positie in die berg met data zit, je met een “simpel big data algoritme” die er zo uit krijgt.

Helaas. Dan heb je dit flink fout begrepen. Big data algoritmes kunnen patronen vinden in grote hoeveelheden data. Maar het is een statische benadering. Over locaties kun je bijvoorbeeld ontdekken via welke route de meeste mensen zich van A naar B bewegen. Maar als ik wil weten hoe een specifiek iemand van A naar B is gegaan helpen de algoritmen je weinig. Als die data er is, is het dan een simpele “ouderwetse” zoekopdracht.

Met big data ben je eigenlijk een hooiberg aan het doorzoeken, met als opdracht naar “iets dat langwerpig, klein en van metaal is”. En als het om specifieke informatie gaat waarvan ik heel veel details hebt, komt het in deze metafoor er op neer dat je de speld nota bene zelf in de hooiberg hebt gestopt, en weet waar die ligt.

Ik wil daarom veel meer pleiten voor Smart Data. Het gaat niet om zo veel mogelijk data, maar om de juiste informatie. Met voorkennis over waar je naar op zoek ben, al dan niet in combinatie met slimme of zelflerende algoritmen, heb je maar een fractie van de data nodig om tot het goede resultaat te komen. Gericht data verzamelen om gericht tot het antwoord te komen. En dat komt niet alleen de hoeveel benodigde opslag capaciteit ten goede, maar ook transparantie en de betrouwbaarheid van de geleverde informatie.

Low speed testing

De afgelopen weken stond bij ons een LoRaWAN Proof-of-Concept centraal. Deze PoC centreert rond de uitdaging van tracking. We willen mobiele objecten redelijk kunnen volgen. Het hoeft niet exact, maar wel ongeveer. De lat moet dus net hoog genoeg. Alleen dan kunnen we de voordelen van een heel laag batterij verbruik ook benutten in de toepassing.

Deze IoT toepassing heeft Nederland als werkgebied. Om daar nu mee aan de slag te kunnen, is de keuze voor het LoRaWAN netwerk van KPN logisch. Het netwerk heeft volgens zeggen landelijke dekking, waarbij er momenteel verdichting plaatsvindt.

Ons doel is niet om de netwerk kwaliteit te meten, maar we merken wel aan den lijve dat het in ontwikkeling is; de dekking wisselt sterk per locatie. Het meest frustrerend was dat er tot een week geleden geen dekking was rond ons kantoor. En we zitten nog wel midden op het high-tech Kennispark. Gelukkig hebben we ook testlocaties met dekking, en is ook ons kantoor sinds kort ook LoRaWAN gebied geworden.

Naast dekking is er nog een hele serie parameters die de communicatie kunnen verbeteren of frustreren. LoRaWAN “out-of-the-box” werkt, maar niet optimaal. En deels kan dat ook niet, aangezien optimalisatie ook samenhangt met de applicatie. De standaard instellingen passen bij een statische toepassing, terwijl onze applicatie mobiel is. Zo werkt Automatic Data Rate alleen goed in stilstand, en kan het zelfs tegenwerken bij beweging.

Daarnaast vraagt LoRaWAN je heel goed na te denken over de regelmaat en de data die je verstuurt. Door de 1% duty cycle die samenhangt met de 868 MHz regelgeving kun je maar af en toe iets sturen; zeker omdat retries van gemiste berichten ook meetellen. Een LoRaWAN bericht duurt tot 1,5 seconde. 1% betekent dat er tussen de berichten gemiddeld minimaal 150 seconden zit. Als je 130 km/uur rijdt zit er ruim 5 km tussen twee opeenvolgende punten. Past dat in de applicatie? In onze applicatie hoeven de positie niet heel nauwkeurig te weten. Deze PoC gaat ons laten zien of we het hier mee redden.

Tijdens de testen lopen we ook op een andere manier tegen de lage duty cycle op. Als je ontwikkelt wil je graag veel data punten hebben, met allerlei verschillende settings. Maar we hebben, als we geluk hebben, één data puntje elke 2,5 minuut. Even wat testen kost dus een hele tijd. In een tijd waarin alles ultra high speed is, is LoRa echt weer terug naar de tijd als ultra low speed.

Nu is dat ook wat LoRa en de andere IoT technieken beloven. Het gaat niet om de hoge snelheid, maar de lage kosten in hardware en batterijgebruik. De nieuwe uitdaging is daarmee eigenlijk ook weer een oude bekende. We moeten weer heel zuinig zijn op wat je stuurt. Minimale overhead door protocollen, berichten slim coderen en vooral goed nadenken over de applicatie. Wanneer heeft deze welke informatie nodig. En daarbij heel veel tijd reserveren om het goed te optimaliseren en te testen.

Het lab op straat

“IoT” is wel het buzzword van de dag. De aandacht groeit exponentieel, net als de verwachtingen erover. Als zoekterm bij Google is IoT in drie jaar tijd vertienvoudigd. Typisch nieuwe technologie. Ga bijvoorbeeld terug naar de periode 2010-2013 en we zien een vergelijkbare trend vinden voor LTE. Een voorbode van iets nieuws dat over een paar jaar gemeengoed is.

Exponentiële aandacht voor nieuwe technologie gaat hand in hand met hooggespannen verwachtingen, bomen die tot in de hemel groeien. Dat is goed, want dat prikkelt de fantasie, over wat er allemaal mogelijk is, en stimuleert om innovaties waar te maken. Daar is ook een risico, want de verwachtingen overstijgen nog wel eens zelfs het theoretisch haalbare. Zo’n situatie noemt Gartner daarom ook niet voor niets de “peak of inflated expectations”, de piek van de opgeblazen verwachtingen.

Hoewel sommige verwachtingen onrealistisch hoog zijn, is het wel het ideale moment om te kijken naar wat wel haalbaar is. Alleen door de toegeworpen handschoen op te pakken kun je er achter komen waar de grenzen van het mogelijke liggen, en de ervaring opdoen om techniek en toepassing nauw op elkaar aan te laten sluiten.

IoT is een techniek die schreeuwt om experimenten “in het veld”. Het koppelen van een apparaat in het lab is één, maar pas in de toepassing buiten kun je gaan ontdekken wat de kracht in de praktijk is. Daarvoor heb je fieldlabs nodig, omgevingen waarin het experiment in een realistische setting plaatsvinden. We zijn daarom ook bij een Smart Industry fieldlab betrokken.

Voor IoT is een fieldlab ook echt buiten, dus echt een lab op straat. IoT technieken als LoRaWAN, Zigfox en NB-IoT zijn geënt op toepassingen buiten. Iets dat op kantoor werkt doet het in het veld lang niet altijd zo goed als verwacht. De combi van dekking, radiotechniek en de applicatiesoftware moet goed in elkaar zitten, en kun je alleen in praktijk situaties testen.

De grootste uitdaging van zo’n lab op straat is misschien wel het duurzaam verankeren ervan. Zo’n fieldlab is vaak lastiger te onderhouden, puur doordat het buiten is. Bovendien is het risico van de opgeblazen verwachtingen van IoT, dat het in eerste instantie enorm gaat tegenvallen. De eerste echte resultaten zullen teleurstellen. De kunst is om daarvan te leren, en die lessen te bundelen richting oplossingen die wel hun vruchten afwerpen. Daarom, jullie die verantwoordelijk zijn voor een fieldlab: Laat je niet kisten, de teleurstellingen van het begin zijn de basis voor het komende succes.

Ode op de systems engineer

Dat stilstand achteruitgang betekent is meer dan een volkswijsheid. Innovatie is een sleutelwoord in deze maatschappij. De basis voor de innovatie van nu is de versmelting van technologie in de maatschappij, met het begrip “SMART” als buzzword. Smart industry, smart agriculture, smart aging, smart health, smart city, smart … .

De technologie ondersteunt daarin een menselijk, maatschappelijk of industrieel proces, waarbij een veelheid aan technisch vernuft het de gebruiker super simpel moet maken. En juist hier zit de uitdaging, want technologie sec is geen innovatie. Het gaat om de koppeling van mensen aan techniek. Innovatie is multidisciplinair, in een team dat verstand heeft van de markt, van het gedrag van mensen, van de economische haalbaarheid en van de technologie. Een team dat als het goed is ook zowel generalisten als specialisten omvat.

Als technisch generalist heeft de systems engineer hier een ongelofelijk belangrijke rol die nogal eens over het hoofd gezien wordt. De systems engineer is een persoon met brede kennis die goed conceptueel kan denken, maar ook de vertaalslag naar de praktijk ziet. Marktwensen zijn veelal abstract geformuleerd. Het is aan de systems engineer om deze te vertalen in iets dat je ook kunt maken. Hoe maak je van een vage wens als “het systeem moet nauwkeurig genoeg zijn voor …” een meetbaar getal? Welke betrouwbaarheid is nodig? Wat is de balans tussen eisen en kosten? Wanneer wordt eisen onbetaalbaar?

Ook toeleveranciers moeten goed begrepen worden, en goed uitgedaagd worden. De folder suggereert soms wel erg veel, maar is wel zo geformuleerd dat er weinig of geen harde beloften gedaan worden. De folder belooft iets, maar wat biedt dat in de praktijk? Zijn de beloften reëel? Onder welke omstandigheden, en welke omstandigheden zijn van toepassing? Dit vraagt allereerst om het goed tussen de regels door kunnen lezen van de verkoopbrochures, en daarna gestructureerd testen. Er is heel veel techniek in de markt, maar hoe scheid je het koren van het kaf? De systems engineer daagt de toeleverancier uit de grenzen van het haalbare op te zoeken.

Innovatie gaat ook niet over één nacht ijs. Het vinden van de juiste oplossing is een proces. Vanuit een idee, langs een proof-of-concept via meerdere prototypes naar het uiteindelijke resultaat. Van theorie naar praktijk over de verschillende assen van disciplines heen. Innovatie is dan ook het itereren tussen theorie en praktijk, de “Plan-do-check-act” cyclus toepassen. Op basis van een gedegen analyse van de praktijk de oplossing planmatig bijsturen en laten groeien naar een volgend niveau. De systems engineer is de persoon die juist tussen beide heen en weer kan bewegen, en zo de oplossing cyclisch verbetert, samen met de andere disciplines uit het team, gebruikers en toeleveranciers.

Het innovatieve idee lijkt vaak zo simpel, maar dan zit toch “the devil in the detail”. En dan is het de systems engineer die het geheel weer SMART moet maken. Dus bij deze, alle lof aan de systems engineer.

Wanneer komt de Texit?

De afgelopen weken was er maar één woord echt trending op social media, de Brexit. De start van een schokgolf door Europa? Een storm in een glas water? Of is dit één van die zaken die eigenlijk al decennia in de lucht hangen, maar niet lijken te komen, en plots is het er toch. Maar zal de Brexit op het gebied van bedrijf of missie kritische communicatie grote impact hebben?

De Britse regelgever op het gebied van communicatie is de OFCOM. De OFCOM heeft zitting in Europese overleg organen zoals het CEPT. CEPT speelt een belangrijke rol in het vaststellen van de technische eisen van (radio) telecommunicatie. Op haar beurt staat ze in nauw overleg met de EU, waar bijvoorbeeld de R&TTE Directive de technische eisen in juridische tekst vastlegt. De CEPT bestaat overigens uit zowel EU als niet-EU leden, en dus heeft een Brexit geen directe gevolgen. Maar indirect zijn gevolgen wel te verwachten als Groot-Brittannië wat verder van ons af komt te staan.

De OFCOM benadert regelgeving Angelsaksisch, terwijl de rest van Europa meer het Rijnlandse model aanhangt. De OFCOM, net als de FCC in de VS, wil een liberalere benadering, met meer vrijheid voor marktpartijen, terwijl normering en standaardisatie meer in lijn is met de meerderheid in Europa. Een voorbeeld van het liberalere beleid is de regelgeving voor “TV White Spaces”. Als eerste in Europa is het sinds februari van dit jaar in Groot-Brittannië toegestaan om “white space devices” te gebruiken in de 470-790 MHz band, mits op die specifieke locatie het niet voor omroep TV gebruikt wordt. TV White Spaces is een vrijere omgang met spectrum, en in de VS al een aantal jaren toegestaan.

De liberalere benadering is ook te zien in de adoptie van LTE voor openbare orde en veiligheid. Afgelopen december heeft de Britse regering contracten toegekend voor de vervanging van het TETRA netwerk van Airwave. Medio 2017 loopt het huidige contract af, en moet het nieuwe netwerk operationeel zijn. Het moet VoLTE en Push-to-Talk ondersteunen. Een haastklus, aangezien de inkt voor de standaard nog nauwelijks droog is.

De Britse benadering is mij wat al te voortvarend, maar heeft ook zijn voordelen. LTE is een volwassen standaard, waar iedereen op vertrouwt. Ook in missie kritische toepassingen wordt LTE steeds meer gebruikt, of we dat leuk vinden of niet. In Europa maken we echter nog erg weinig vaart richting LTE voor OOV, met als risico dat we afhankelijk zijn van publiek LTE, terwijl een missie kritisch LTE netwerk gerealiseerd kon worden.

Groot Brittannië heeft al gekozen voor een Texit (TETRA-exit). Naar verwachting gaat voor 2020 de stekker definitief uit het Airwave TETRA netwerk. Maar hoe zit dat voor Nederland? Wanneer is de Nederlandse Texit een feit? Ook dat hangt al jaren in de lucht. En het zou wel eens sneller kunnen gaan dan we denken. En dan kunnen we maar beter ervaring opgedaan hebben met LTE voor OOV.